Race naar de top.

Om 9.00 begon ik dan aan de volgens de routebeschrijving 7 uur durende wandelroute naar de top van de bergen. Van Frankrijk naar Spanje.

Na het eerste halfuur in de zeikende regen gelopen te hebben kom ik mijn eerste medepelgrims tegen. Want na maanden alleen te lopen zal ik tijdens deze etappe dan eindelijk andere gekken ontmoeten. Vandaag zal ik met iemand samen kunnen lopen. Maar het blijken slakken en ik besluit ze in te halen. In mijn hoofd schreeuwt de zin: “Laatste op de top is een homo!”

Om 10.00 uur, na een uur marcheren, kom ik twee Japanse jongens tegen. Ze zijn zojuist gestopt om iets te eten. Ze zijn dan al vanaf 7.00 uur aan het lopen. Ik heb nog geen honger en ik besluit ze achter te laten. (Laatste op de top is een homo!)

Na deze ontmoeting maak ik me geen zorgen meer of ik de top kan halen in een dag of niet. Want precies om 11.00 loop ik Valcarlos binnen. Eindelijk in Spanje!
Dit is het laatste punt waar je kan slapen, vanuit hier gaat de route alsmaar omhoog de echte bergen in. Volgende stop is Roncevalles. Het eindpunt van deze route.
In een cafeetje dat ik passeer zie ik een vijftal wandelaars zitten. Ik denk er geen moment aan om daar te rusten of op te drogen, want natgeregend zijn we toch al. Dus ik zet door. Sowieso is de laatste op de top een homo!

Ik blijf pelgrims passeren en probeer met sommige van hen samen te lopen. Wanneer ik dan na een paar minuten achter me kijk, zijn ze al weer uit mijn zicht verdwenen. Door de wekenlange training heb ik nu een snelle wandelpas en heeft de zware regenval geen invloed meer op mijn humeur.

Bovendien heb ik veel te veel lol in deze etappe, al ben ik totaal doorweekt en beginnen mijn handen te bevriezen, ik zet door. Dan pas komt de echte uitdaging van deze route. De weg wordt steiler en de omgeving witter. Sneeuw. Maagdelijk sneeuw. Alles wordt wit en de route is weg. Met sneeuw tot aan de knieën maak ik een spoor. Scenes van tv programma’s als ‘I shouldn’t be alive’ flitsen voorbij. Maar ik loop door en door en door. En denk aan al die mensen die dit straks nog moeten doen, want uiteindelijk was niet de laatste maar de eerste op de top een homo.

Advertisements

Heilige kaas en andere mythes.

Ik sta op het punt de volgende grens over te gaan. Dat is een mooi moment om te reflecteren. Ik ben nu bijna 4,5 maand onderweg en ik heb eens even geteld hoeveel van deze 138 dagen ik daadwerkelijk aan het lopen ben geweest. Het schokkende antwoord op deze vraag: 62 dagen. Wat inhoudt dat ik onderhand al aan het einde van de wereld had kunnen zijn.

Maar dat ben ik lekker niet, want ik had veel te veel plezier in Frankrijk. Ik ben in dit land veel langer verbleven dan ik volgens mijn globale reisplanning zou doen. Weer een les geleerd: plannen is niet mijn sterkste kant.

Vrienden en familie hebben me hier bezocht en ik heb ze kunnen laten ervaren hoe ik reis, al heeft er nog niemand een paar dagen met mij meegelopen. Heel flauw jongens. Onderhand weet ik meer over het frankenland dan over mijn vaderland. Ik ging helemaal blanco dit land binnen, want ik wist vrij weinig over de Fransen. Nu weet ik wat dingen over hun leefgewoontes en taal. Zo is eten een sociale aangelegenheid. Ze zijn wat eten betreft zeer gericht op biologische producten en weten van de dingen die ze in hun mond stoppen waar het vandaan komt. Sowieso zijn ze hier erg gericht op ecologie, iets waar wij Hollanders een voorbeeld aan zouden moeten nemen.
Ik heb stukjes cultuur opgesnoven in bijna alle windstreken van het land. In het noorden vieren ze Sinterklaas, maar dat de onze op een wit paard rijdt vinden ze maar raar, hij heeft een ezel, waar hij naast loopt. Iedereen is het erover eens dat de mensen in het zuiden vriendelijker zijn al spreken ze wel met een vervelend accent. Het westen heeft de mooiste steden. En het oosten, daar hoor ik ze niet veel over.

De kaas is heilig en de politici zijn gestoord. En rond driekoningen eet ieder gezin een galette des rois. Een soort cake die in stukken word verdeeld. En een van die stukken bepaalt wie de koning is en de kroon dragen mag! Supercool. In dat stuk zit namelijk een klein poppetje verstopt. Dat werd mij verteld nadat ik de eerste happen had doorgeslikt… De manier waarop ze de tafel dekken is trouwens anders, zo staat het glas niet rechts van het bord, maar midden boven het bord. Wat voor mij onnatuurlijk blijft. Soms zijn ze gedurft hoor die Fransen.

En om mijn oud-leraar Frans gelukkig te maken, ik ben nu in staat een gesprek te voeren in het Frans en dat terwijl ik me niets herinner van al het Frans dat ik ooit op de middelbare school heb moeten leren. Daarnaast zijn ze erg vriendelijk en open en om even af te rekenen met de mythe: ze spreken wel degelijk Engels.
Ik heb duidelijk een nieuwe waardering gekregen voor dit stukje Europa. En om mijn reclame voor dit land nog wat verder aan te dikken geef ik hier een reistip: mocht je naar Frankrijk gaan, sla Parijs over! Ik heb veel mooiere Franse steden gezien, zoals Amiens, Blois, Chantilly, Orléans en Poitiers. Bordeaux zeker niet overslaan, want dat was een hoogtepunt in mijn reis door Frankrijk en om eerlijk te zijn zou ik daar zo kunnen wonen. Nooit meer naar huis!

Ik kom je halen.

Na een dag lopen door de regen kom ik aan in een spookstad. Ostabat, een klein dorpje aan de voet van de Pyreneeën. Geen mens op straat en alles is dicht. Op één barretje omringd met katten na. Ik stap (over een van de katten) naar binnen als de eigenares een zware linnen zak achter de bar sjouwt. Ze kijkt geschrokken op, wanneer ik haar begroet en haar vraag of de bar open is. “Maar natuurlijk”, zegt ze poeslief terwijl ze de gevulde zak achter een gordijn verbergt.

Ik ontdoe mij bij de deur van mijn tas en bestel een thee. Dan neem ik plaats aan een lange tafel, pak mijn mobiel uit mijn zak om mijn couchsurfhost te vertellen dat ik gearriveerd ben. Natuurlijk geen bereik.

De hostess brengt mijn thee. Ik reken met haar af daarna verdwijnt ze naar buiten om vervolgens met een stapel gedroogde takken weer terug te keren. Nadat ze weer is verdwenen achter het gordijn neem ik de ruimte eens goed in mij op. De staande klok staat stil op twee over half elf. Er hangen acht identieke oude lampen, waarvan er maar vier aan staan en het licht van de gang die naar het toilet leidt flikkert. De ruimte zelf is somber. De muren hebben geen enkel schilderij of snuisterij aan zich hangen. De kasten zijn leeg. De hoeken donker. Mijn stoel kraakt. De enige plant in de ruimte is een verdorde maretak aan het zwarte plafond.
Aan de andere kant van de ruimte zie ik een deur die op een kier staat. Erachter ligt een tl-buis verlichte ruimte. De deur is breder dan standaard deuren, vervaardigd uit mahonie, en bevat negen rechthoekige ruiten. Er beweegt een figuur achter die melkglazen en wanneer we oogcontact hebben door de kier sluit ze snel de deur. De deur piept. Uit de kamer komt een geluid. Tak… Tak…. Tak. Tak.

Zonder dat ik haar er naar binnen heb zien gaan, opent de hostess de mahonie houten deur en steekt haar hoofd de kamer in. Ze glimlacht naar me en kijkt vanuit haar hoekje of ik wel van mijn thee drink, waarvan ik nu niet meer zo zeker ben of ik dat nog wel wil. En ze verdwijnt weer zo snel als ze gekomen was. De deur weer op een kier achterlatend.
Dan begint er een machine te werken in de witte achterruimte. Door de ruiten zie ik de contouren van producten die over een lopende band gaan. Tak. Tak. Tak.
Katten rennen vanuit de ruimte de bar in. Buiten zie ik nog steeds niemand.
De machine weer. Tak. Tak…Tak. De geur van gebraden vlees.

Daarna komt de machine tot stilstand. Een schim begint wat te sleutelen aan de loopband. Een diepe zucht. Stemmen. Een overleg. Ik hoor onmiskenbaar het geluid van iemand die messen aan het slijpen is. De hostess komt de bar weer in en loopt, met haar handen op haar rug, langzaam mijn kant uit.
En dan….

een sms berichtje: ik kom je nu halen.

Een weg vol beren.

“Pas maar op dat je geen beren tegenkomt”, zei Franka nog voordat ik op reis ging. Ik lachte het weg, want hoe serieus moet je zoiets nemen. Hoe groot is nou de kans dat ik een echte beer tegenkom op mijn weg naar Spanje? Zo gevaarlijk is mijn voetreis niet. En de enige beren die ik zal zien, zijn de beren die ik eventueel zelf op de weg plaats. Tot nu toe dus niets om voor te vrezen.

Totdat ik vorige week leerde over het feit dat een aantal jaar geleden beren zijn uitgezet in de Pyreneeën. Laat mijn route me nou net door die bergen voeren.
Maar ik ben niet bang. Het mooie aan deze reis is juist dat je zoveel wildlife ziet. Zo heb ik vanaf het moment dat ik Frankrijk binnen liep, bijna dagelijks drie herten gezien. Ze zijn altijd samen en nooit meer dan drie. Dus ik begin te geloven dat het steeds dezelfde drie zijn die mij op de voet volgen.

Naast mijn entourage herten heb ik vele andere dieren gezien. Verschillende vogels zoals fazanten en spechten, knaagdieren als eekhoorns, hazen en konijnen (die me steeds aan Vosje doen denken), kevers, mooie vlinders, spinnen, hagedisjes die zich snel verstoppen zodra je aankomt.
En vele eenzame familieleden van mijn hertengevolg. Laatst stond ik opeens oog in oog met een hertje. Zij had mij niet horen aankomen en ik merkte haar te laat op, waardoor ik geen tijd had om mijn camera te pakken. We stonden op nog geen 5 meter afstand van elkaar toen we elkaar zagen. Bambi schoot daarna snel het veld in, maar na een paar sprongen draaide ze zich om. Ik salueerde naar haar en zij zwaaide terug, maar aangezien ik mijn camera dus niet bij de hand had, kon ik dat magische moment niet vastleggen. Duidelijk was dat ze totaal niet bang voor me was en ze liep langzaam verder.

Een andere dag is er een moment geweest waar de struiken naast me opeens aardig begonnen te schudden. Mijn hersenen maakte er meteen zo’n filmscene van en ik was al voorbereid op de tijger die me vanuit dit struikgewas zou bespringen. Dikke onzin natuurlijk en dat realiseer je je al snel, maar je weet dat het geen klein lief konijntje was dat wegschoot.
Zodra ik mijn volgende stappen zet, hoor ik de struiken weer en zie een hele familie wilde zwijnen vluchten. Dat deed me even verstijven, niet van angst, maar vanuit verbijstering over wat er zojuist gebeurd was.

Geweldig om zoveel dieren te zien. Binnenkort ga ik de grens over en ik vraag me dan ook af of mijn stalkerherten me daar zullen volgen en mocht ik die beren tegenkomen, dan zal ik ze vooral de groeten van Franka doen.