RonEetIJs.

Mensen beginnen nu ook te vragen: “Waar doe je het allemaal van?” Dat gaat je natuurlijk geen reet aan, maar ik kan er heel kort over zijn. Ik heb niet veel en ik geef niet veel uit.

Slapen doe ik vaak gratis of voor weinig, want ik geef liever 40 euro uit aan eten dan aan slapen. En ik heb mijn tent natuurlijk. Het weer wordt warmer dus perfect om buiten te slapen. Dan zie je de zon ondergaan en weer opkomen, en dan denk je: “Zo simpel is het leven.” En zo simpel is reizen ook. Want het hoeft niet veel te kosten, je moet het gewoon doen.

Een groot voordeel tijdens deze reis zijn mijn principes. Ik drink namelijk geen alcohol en ik rook niet. Beide nooit gedaan. Dat geeft zo nu en dan weleens rare blikken, vooral dat ik niet rook. Of beter gezegd niet IETS rook. De eerste vraag over de grens was: “Je hebt toch wel iets meegebracht?” Had ik dat nu wel gedaan dan was dat het antwoord op de geldkwestie-vraag geweest.

Zelf heb ik andere verslavingen en zou je mij nu een van de hoofdsponsors van Milka kunnen noemen. Naast chocolade gaat een groot deel van mijn budget naar…ijsjes! Want dat versterkt het vakantie gevoel.
Verder drink ik eigenlijk alleen water en zodra ik zonder kom te zitten dan vraag ik in een bar of ze mijn fles kunnen vullen. En aangezien ik daar dan toch ben, koop ik meteen een ijsco.

Op sommige momenten ben ik zelfs zo dapper om bij iemand aan te bellen en daar om water te vragen. En steeds sta ik weer versteld van de vrijgevigheid van de mensheid. Kom je om een liter water vragen en ga je weg met een volle fles en een kilo zelf geplukte sinaasappels. Of je loopt langs een marktkraampje en voor je het weet krijg je een hele zak verse kersen in je handen gedrukt. Of die keer dat ik een heel lunchpakket meekreeg, of “gewoon” twee appels. Met tranen van geluk vervolg ik dan mijn pad. Deze mensen geven je een boost om door te gaan, meer dan je ooit in woorden kan omschrijven. Gewoon, omdat je daar loopt. Gewoon, omdat het zo warm is. Gewoon, omdat het kan.

Zeer dankbaar ben ik hiervoor, zeker wanneer de thermometer opeens 39 graden aangeeft en jij 40km te voet aflegt. De hitte is soms niet om uit te houden en maakt het lopen een stuk minder aangenaam. Nu is er natuurlijk maar een manier om dat warme weer aangenamer te maken: heel veel ijsjes eten! 

Advertisements

Naar huis.

“En ga je dan ook lopend weer naar huis?” Er is natuurlijk maar één correct antwoord op een vraag als deze. “Naar huis?!” Op dit moment ben ik gewoon nog op de heenreis. Dus nadenken over een terugreis dat doe ik nog niet.

Inmiddels ben ik al 8 maanden op pad. (Het is alweer Happy Travel Day.) Ik weet nog wat ik dacht over de verhalen van mensen die een jaar, twee jaar of langer van huis waren. Een jaar? Dat is lang! En nu merk ik dat een jaar lang niet genoeg is.
Tijd is heel anders dan thuis. Thuis is alles op tijd. Je staat op als de wekker gaat. Je moet op een bepaalde tijd beginnen op je werk. Om 12.00 uur is het een keertje lunchpauze en om 18.30 ga je nog even lekker sporten, zodat je om 20.00 precies op tijd thuis bent voor GTST. Hier bestaat tijd uit: “Goh, ik heb best honger ik ga eens iets eten” en “Welke dag is het nou precies?” Een jaar? Dat is niks!

Maar aangezien ik elke dag uren loop heb ik dus ook uren om na te denken, dus ook over die eventuele thuiskomst. Nu zag ik steeds meer berichten voorbijkomen, of ze vallen me nu gewoon heel erg op, over mensen en hun probleem met de thuiskomst. Na maanden van reizen moet je opeens weer in een “gewoon” leven passen, maar jij bent niet “gewoon” meer, want de reis heeft jouw leven veranderd. Thuiskomen is dus een hel, blijf maar liever weg.

Ik moet eerlijk zeggen, ik heb mij ook zorgen gemaakt over die thuiskomst. Wat als mijn vrienden en ik te veel uit elkaar gegroeid zijn. Wat als ik een vreemde voor familie ben? (nu vinden ze me toch al aardig vreemd, daar niet van) Wat als Vos me niet meer herkent? Wat als, wat als. Maar weet je? Ik ben veranderd. Mijn hele leven is nu anders. Thuis sliep ik altijd graag in mijn eigen bed en nu leg ik mijn hoofd elke nacht ergens anders te rusten. Thuis hield ik graag orde en nu weet ik niet eens waar ik morgen ben. Thuis sprak ik niet graag met nieuwe mensen en nu is elke persoon een instant nieuwe vriend. Thuis is mijn huis niet meer daar woont nu iemand anders. Ik ben veranderd en dat is oké.

Ik heb mij zorgen gemaakt, maar nu kijk ik uit naar die thuiskomst. Het is namelijk iets positiefs. Dan kan ik mijn vrienden en familie zien. En Vos natuurlijk. Ik mag met hen delen wat ik heb geleerd. Ik snap eerlijk gezegd niet waar ik bang voor moet zijn en ik snap ook niet dat ik deze reis zo lang heb uitgesteld. Want een belangrijk ding wat ik geleerd heb: Thuis is overal.
Dus mocht thuis niet thuis voelen, dan pak ik gewoon mijn tas weer in.

Dus wat is nou eigenlijk het plan?

Ging jij niet naar Barcelona? Ja, maar nu ben ik eerst even in Porto. Want aangezien ik zo dichtbij was, kon ik net zo goed even een kleine omweg maken, op de detour die ik al aan het maken was.

Zodra ik in Porto aankom vergeet ik de naar mijn gevoel helse tocht die ik vanaf Santiago heb afgelegd. Ik weet niet wat het was, misschien zat ik te veel in de storm, misschien was ik te gehaast, misschien te veel gefocust op wat ik had of te veel op wat er na Porto komen gaat.

Mijn plan om twee dagen in Porto te blijven is al een plan van niks, want ik blijf uiteindelijk een paar dagen extra. Maar het was het waard en nodig ook, want de eerste paar dagen doe ik eigenlijk niets anders dan slapen. En daar voel ik me totaal niet schuldig over. Het mooie aan dit bestaan is: ik moet lekker helemaal niks! Zo word ik op maandag, terwijl Nederland net aan zijn lunchpauze begint en de dagen aftelt naar het volgende weekend, om 12 uur eens een keertje wakker. Fuck! Ik had van alles op de planning staan voor vandaag. Dus besluit ik gewoon nog een dagje extra te blijven en sluit mijn ogen weer.

Uiteindelijk heb ik alle tijd om de stad te zien. Te genieten van lekkere gerechten, zonnestralen en mannen. Ik ben tenslotte op vakantie, dus dan mag dat. En om dat niet te vergeten, plan ik een dagje aan het strand in, wat uitdraait op een dagje schetsen in het centrum.
Ja ja, dames en heren na bijna 8 maanden heb ik dan eindelijk het schetsboek dat ik al die tijd al meedraag opengeslagen. Of om eerlijk te zijn heb ik een nieuwe gekocht. Ja, dat is iets psychisch. Het boek dat ik had was te perfect. Dus heb ik een crappy schetsboek gekocht en omgedoopt tot het boek vol fouten. Enige regel is: geen potlood gebruiken. Gewoon lekker schetsen. Iets dat ik in mijn tijd op de kunstacademie veel vaker had moeten doen. Wat zal mijn tekenleraar nu trots op mij zijn.
Onderweg ben ik door verschillende mensen geïnspireerd, die gewoon tekenen. En ik dacht steeds, ik wou dat ik dat kon. Maar weet je wat, ik kan dat ook gewoon.

Hoe dan ook het dagje strand werd een dagje later, dus bleef ik nog een dag. Ik moet natuurlijk nog tijd hebben om de volgende 500km te plannen. Vanaf hier gaan we (mijn schetsboek en ik) lopen naar Madrid. Iets waar ik erg naar uitkijk, want het brengt me dichter bij Barcelona (waar ik dus nog steeds heenga). Maar misschien moet ik dat hele plannen maar gewoon laten. Plannen is sowieso voor watjes. En ik zag zojuist dat vanaf hier Afrika 300km dichterbij is dan Barcelona…

Soms kun je dingen beter achterlaten.

Van de vele kilometers die ik onderhand heb afgelegd waren dit toch wel de meest zware. En ik heb moeilijke momenten gehad, tot aan het punt van opgeven toe.

Ik vergeet het nooit meer, want dat punt is zo belangrijk geweest voor de rest van mijn reis. Het was in de derde week, net aangekomen in Frankrijk. En ik wilde keihard opgeven! Naar huis, niet meer lopen. Ik liep en liep en liep zo de duisternis in. Frankrijk zonder avondlicht. Je ziet geen reet en je struikelt over elke steen. Geen mensen om je heen om de taal die je niet spreekt mee te spreken. Moe, versleten, uitgeput en geen plek om te slapen. Geen bos, alleen maar weiland. Ik zit in het midden van een veld, afvragend waarom ik dit doe.
Dan zet de storm op. “Ik wil naar huis, naar bed, naar Vos. Ik ga naar huis. Ik ga nu gewoon naar huis! Nu!”
“Ja, als je dan naar huis wil, zul je toch eerst naar een busstation moeten lopen, of een treinstation, of een vliegveld! Dus lopen maar!” Ik loop door en vind uiteindelijk een plek om mijn tent op te zetten om de volgende dag te genieten van een perfecte zonsopkomst. De storm is gaan liggen. “Naar huis? Nooit!”

Vanaf dat moment loop ik zo naar Parijs, Orleans, Bordeaux, over de Pyreneeën naar Pamplona, Leon en Santiago de Compostela.
Maar nu naar Porto lopen, dat is zwaar. Snoeihete zon en constant de opmerking “Je gaat de verkeerde kant uit, Santiago is daar!” Na de derde “grap” moet je je inhouden om de tegemoetkomende pelgrim niet de afgrond in te duwen.
Je begrijpt dat de greppels vanaf de grens tot aan Porto nu gevuld zijn met pelgrims. Elke dag moet je hetzelfde verhaal vertellen, maar je hebt niet echt de tijd om te binden. Het is een paradox. Je loopt alleen, maar toch vind je nooit de tijd om echt even alleen te zijn. Daarbij ben ik een aantal dagen ziek, maar loop ik door, want dan voel ik me goed.

Deze weg is zwaar, lichamelijk en geestelijk. De motivatie zakt. En als laatste punt zijn er ook weer allemaal dingen mijn backpack ingeslopen. Dus denk ik terug aan dat ene moment, daar in het veld ergens in Frankrijk, daar liet ik de gedachte aan opgeven achter. En die mag daar lekker blijven.

Afscheid van een vriend.

Er zit wat tijd tussen deze en mijn laatste blog. Toch heb ik niet stilgezeten. Of eigenlijk juist wel. Ik heb namelijk een maand in Santiago de Compostela vertoeft. Waarom? Waarom niet.

Nu moet ik zeggen dat de eerste ontmoeting met Santiago niet goed voelde. Ik moest namelijk elke dag afscheid nemen van een vriend. En ik begon eraan te twijfelen of ik nu hier moest blijven of niet.
Maar een eerste indruk van iemand kan zo anders zijn dan de werkelijkheid, want toen ik terugkwam van Fisterra, begroette Santiago me als een goede vriend.

Binnen een dag vond ik een hostel waar ik als vrijwilliger aan de slag kon. Gratis onderdak en gratis eten, wat wil een reiziger nog meer?
Voor het eerst sinds 1,5 maand had ik een eigen kamer. Geen snurkers, geen constante zweetlucht en geen “crazy people” die om 5 uur opstaan om met zoveel mogelijk kabaal in te pakken en te gaan lopen. Eindelijk goede nachtrust, wat een verademing.

Het was een kleine zolderkamer, maar het was een huis. Het voelde al snel als een thuis. En elke dag had ik nieuwe mensen op bezoek. Ze leerde me gitaarspelen, en andere talen. Ze leerde me jongleren en over exotische plekken. Ik leerde over mijn Chinese horoscoop. Ik ben een slang geboren in het uur van de rat. Wat me tot een gecompliceerd persoon maakt. (Dat verklaart een hoop!)

We hadden lol en vele emoties. De gasten nam ik mee naar de leukste plekjes, want Santiago had me verteld waar te gaan. Ik leerde vrienden maken en begon zelfs met daten, aangezien Santiago me had geleerd om de liefde weer toe te laten. De straten werden bekenden voor me en de muziek deed me dansen. Santiago en ik waren zo innig met elkaar.
Hij verveelde me nooit. Steeds weer nieuwe verhalen, nieuwe avonturen, nieuwe vrienden. Helaas was op een dag het onvermijdelijke daar. Afscheid. En dat deed pijn. Want Santiago gaf me vrienden, een familie, een thuis.
Gelukkig zal hij nooit verhuizen en zoek ik je graag nog eens op. Bedankt mijn goede vrind, tot ooit.