The Walking Dead.

Ik ben omsingeld. Ze zijn echt overal. Als een scene uit The Walking Dead kom ik er alleen ongezien voorbij door te doen alsof ik één van hen ben. Dus houd ik mijn blik strak op mijn scherm gericht.

De hoek om, het plein op. Een muur van mensen. Een horde “walkers”. Er komen er meer uit alle hoeken en gaten. Single, stelletjes, groepen.
Ik wist het. Ik had de grote stad moeten vermijden, want daar zitten de meeste. Ik begin me af te vragen of dit dan het begin van het einde is. De voorspelde apocalypse in ons digitale tijdperk. Zou het overal op de planeet hetzelfde zijn? Ik vrees het ergste. Mocht dit dan het einde zijn dan sterf ik met de wetenschap dat ik mijn droom heb waargemaakt. Ik sterf gelukkig.

Ik schrik wakker uit gedachte. Nee, dit kan niet het einde zijn. Ik ben nog niet in Barcelona! Ik weiger om te veranderen in een zombie! Het enige wat ik moet doen is een afleidingsmanoeuvre bedenken.

Ik schreeuw keihard Pikachu en wijs naar een straat links van mij.
Het plein is leeg. Ik kan veilig veder. 

Advertisements

Vos.

Ik zette mijn telefoon aan en het eerste dat ik binnenkreeg was: “Ze is goed ziek, heeft medicijnen gehad en is aan de dwangvoeding.” Ik zit in een grot en kan niks dan afwachten op goed nieuws. Ping. Zeven gemiste oproepen. En ik wist genoeg.

Ik bleef mezelf voorhouden dat het niet zo was. Tijdens een wandeling stortte ik in. Ik wist nog niks zeker, of wel? Ik voelde dat ze weg was.
De volgende dag kreeg ik het telefoontje: “Sorry ik heb slecht nieuws voor je.”

Alles stort in.

Mijn knuffelbeestje, mijn kleine meid, mijn Vosje, heeft het niet gered. En het ergste van alles ik was er niet voor je. Ik ging namelijk op avontuur, al was jij de reden dat ik bijna niet ging. Ik verliet je toch. Maar we zouden elkaar weer zien, na mijn reis. Maar ik moest zo nodig langer weg. En nu zat ik hier terwijl de bergen rood kleurden en de nacht inzette, voor de wereld en voor jou.

Mijn moeder is er kapot van. “Het is meteen zo stil in huis en met haar hier was het alsof jij ook nog een beetje bij me was.” Maar ik zit hier in die klote stad en die hele fucking reis kan me nu gestolen worden, want ik ga mijn vriendinnetje nooit meer zien. We zeggen niks en alles wordt troebel.

Mensen zien me huilen, maar het boeit me niks. En ze zullen zeggen het was maar een konijn. Ja, maar verdomme wel mijn konijn. En een met een persoonlijkheid.
Daar kwamen Frank, Meer en Annefleur aan met een doosje en een baal hooi. Ik had zojuist mijn vader gecremeerd en zij brachten nieuw leven. Zij brachten me jou.
Wat was je klein toen ik je kreeg. Totaal niet bang, alleen nieuwsgierig en je maakte me zo aan het lachen met je ondeugende fratsen en atletische sprongetjes. Met jou kon zo lekker gekroeld worden en je liep overal achter me aan.
Wat had ik je graag vastgehouden zodra ik weer thuiskwam. Ik zou nooit langer dan een jaar weggaan, want jij was de hoofdreden om terug te komen.

Het blijft onwerkelijk, zelfs nu ik het schrijf. Dag Vos, bedankt. Zoals Raoul liep voor Puck, loop ik nu dat laatste stuk voor jou. Maar Vosje ik mis je nu nog meer dan ik al deed, dus loop je alsjeblieft met me mee?

Trots.

Alles is roze. Of eigenlijk is alles is een regenboog. Ik loop door Madrid, de stad die zich klaarmaakt voor zijn pride. Of eigenlijk ben ik degene die zich klaar maakt. Het gaat namelijk mijn eerste gaypride in mijn leven zijn. Of eigenlijk mijn eerste gay gerelateerde evenement.

Hoe kan dat nou? Nou het zit zo: ik voelde nooit de behoefte om naar zoiets te gaan. Zoals ik het ook nooit de behoefte vind om van de daken af te schreeuwen wat je geaardheid is. Om eerlijk te zijn heb ik het heel lang niet leuk gevonden homoseksueel te zijn. En als het ooit een keuze had geweest, zou ik een andere keuze hebben gemaakt. Dat lijkt misschien hard om te zeggen, maar dat heeft te maken met de wereld die het me heel moeilijk heeft gemaakt om überhaupt zoiets te accepteren. Niet de mensen die dicht bij me staan, maar de mensen ver weg.

Als geen ander begrijp ik dus waar de behoefte voor een dergelijke gaypride vandaan komt. Ik zie heel goed dat er zelfs vandaag de dag nog steeds veel onbegrip is (lees: angst is). Wat gek is, want in deze eeuw zou het toch allang geen probleem meer moeten zijn en staan die grenzen tussen de seksen toch wagenwijd open? Toch is het een probleem. We vinden het “oké”, zolang we het maar niet hoeven te zien. Pleur toch een eind op met die hypocrisie. Ik walg toch ook niet als ik een zoenend heterostel zie. Of als ik van die verhalen hoor dat een heteroman of -vrouw nog nooit heeft gedacht om iets te doen met hetzelfde geslacht. Het is namelijk heel mensenlijk om nieuwsgierig te zijn en te experimenteren. En ik geef een staande ovatie aan de mensen die dat eerlijk durven toe te geven.

Toch ging ik nooit naar dergelijke evenementen. Want naar mijn idee is het niet de juiste manier om te laten zien dat je out and proud bent. Ik heb geen stoet met (half)naakte mannen nodig om te accepteren dat ik mag zijn zoals ik geboren ben. Daarnaast laten naar mijn idee de media alleen de stereotypes zien. Alsof ik me dan nu opeens moet identificeren met een van die types. Ik identificeer my helemaal niet met roze, maar met geel. Gewoon omdat geel veel meer bij mij past.

Gaybars, gaydiscotheken, gaysauna’s, gayzwemclub, gayparade. Zet je jezelf daarmee niet juist apart of in een hokje? En ik stel die vraag, want tijden veranderen en wij dus ook. Het zou allemaal allang niet nodig meer moeten zijn. En degene die zegt dat het een probleem is als je homoseksueel bent is zelf een probleem. Je hoeft het er niet mee eens te zijn, maar je hoeft je haat niet te verspreiden. Daar is namelijk nog nooit iemand beter van geworden. 

En als ik het alleen in hokjes kan uitleggen, dan moet dat maar. Ja, ik ben homoseksueel, maar ik pas ook in het hokje man, en in het hokje mens. Hé, dat is gek, zitten we toch met z’n allen in datzelfde hokje.