Happy Travel Year!

Advertisements

Gevaar.

Ik heb weleens gezegd dat deze reis zonder echt gevaar is. Maar dat is natuurlijk een leugen. Niet dat mensen zich nu meer zorgen moeten gaan maken. Wel lief natuurlijk als mensen zich zorgen maken, want dat betekent dat ze van je houden, maar ik moet even eerlijk zijn. Soms is het best gevaarlijk. 

Gevaar zit hem niet in personen, maar in de omgeving. Zoals van die onweersbuien die dan vanuit het niets (Flits. Één, twe…KNAL!) opeens boven je hangen, terwijl jij hoog op de bergen in het midden van een veld staat. Of van die bordjes met: Pas op overstromingsgevaar, ook met goed weer. Die je dan maar snel voorbij loopt met het idee, “Maar vandaag gebeurt dat niet.” 

Of die keer dat ik een kijkje nam bij een afgrond en ja hoor gleed ik zo uit, richting de klotsende zee en scherpe rotsen. Of die keer dat ik dacht: “Goh, laat ik de zwarte route eens volgen.” Om vervolgens met me zware backpack om aan een klif te hangen en nog een paar meter stijl omhoog te moeten. 

Die keer met die kettingen. Ook geen pretje toen ik van de ene naar de andere ketting moest en mijn voeten langzaam wegglijden over de natte stenen. Of toen ik daar midden op een steile berghelling gemaakt van kiezelstenen zat. Voor je geen weg en terug kan ook niet, want die weg stortte in. Alleen jij, je tas, de berg en de gapende afgrond. Waarom ging je dit 10cm brede paadje ook al weer op? Stom, stom, stom! Maar van stomme dingen leer je. Wij mensen doen wel vaker stomme dingen. Want dat vinden we op het moment van doen helemaal niet stom, maar de meest logische of praktische keuze. En dan is het stom om het niet te doen. 

Maar het echte gevaar zijn natuurlijk slangen. Je weet dat ze er zijn, maar totdat je een levend exemplaar hebt gezien ben je er niet zo mee bezig. Zodra dat gebeurt kickt meteen het survival instinct in. ‘Wat weet je over slangen? Dood! Ze maken je dood!’ Heel geruststellende gedachten als jij nog kilometers door het hoge gras mag waden, waar je zojuist een grote dikke hebt zien wegglijden. Vanaf dat moment is elke beweging die je ziet of geluidje dat je hoort een potentiële gifspuiter. Ik weet te weinig over slangen en in mijn hoofd zijn ze allemaal giftig. 

Het eerste wat ik doe zodra ik veilig in de herberg ben is een website vinden met de geruststellende info: Het zien van slangen is heel zeldzaam. Ja, als je op 10 hoog woont in een drukke stad is het heel onwaarschijnlijk dat je er een ziet, maar hier in de echte natuur heb ik praktisch elke dag een ontmoeting met ze. Gelukkig is het steeds een andere soort, anders zou ik nog denken dat ik achtervolgd word. Slangen zijn schuw en leven onder losse stenen. Zeer geruststellende gedachte aangezien een groot deel van mijn weg een berg losse stenen is. Ze voelen je al van kilometers aankomen. Waarom blijft deze dikke groene dan op het midden van de het bergpaadje liggen? Sta ik daar midden op de berg een hoop kabaal te maken en te stampen op de grond, maar gewoon blijven liggen hoor. Ik spring eroverheen, just to be safe. Voordat ik doorloop bedenk ik me dat het goed is om een foto te maken als bewijs. Ik draai me om…weg! Hij is weg! Ik ben zo blij dat ik in deze gevaarlijk situaties altijd heel kalm en rustig blijf. Je snapt ik ben die berg afgerend.