En de man die daar aankwam.

Er was eens een jongen die besloot vanaf zijn huis naar Barcelona te lopen. Het ongeloof was groot, want de wereld is zo groot, eng en gevaarlijk. Maar dat blijken allemaal leugens. De mensen zijn vriendelijk, behulpzaam, meelevend en staan voor elkaar klaar. En de jongen wist al snel dat het kon, lopend. 

De beste beslissing die de jongen ooit kon nemen was om gewoon te gaan. Op zijn reis zag hij namelijk vele dingen, leerde hij over andere culturen, nieuwe talen en bovenal leerde hij over zichzelf. Acceptatie, openheid, vertrouwen en de kans om gewoon te luisteren. Het leven is simpel, je hoeft alleen maar te zijn. 

Al was zijn reis kort. Elke dag was een nieuw avontuur. Hij hoorde verhalen van mensen van over heel de wereld. Hij liep met hen, maar ook alleen. Een jaar over bergen, door diepe dalen, weer of geen weer, schemer, avond, ochtendzon. Overal waar hij kwam genoot hij. Een lach op het gezicht bracht hem verder. Deuren werden geopend, maaltijden gedeeld, dromen waargemaakt. Overal was de wereld goed. 

Hij raakte geïnspireerd en dat hield hem op de voet. Helemaal naar het einde, waar hij leerde niet alleen de geïnspireerde te zijn. “Keep on going!”, “Never stop walking!”, “Where are you heading next?” Het zijn de mensen die hem graag nog een stukje verder zien gaan. Nooit had hij gedacht dat deze reis niet alleen hem maar ook anderen zou inspireren. 

Zijn reis is niet in een paar woorden te vatten en misschien zijn de juiste woorden nooit te vinden om het uit te leggen, maar het is er een om nooit te vergeten. Het heeft hem veranderd, een volwaardiger persoon gemaakt. Het maakte hem bescheiden en gaf hem wijsheid. Het leven was zijn leraar en hij luisterde elke dag. Hij is gelukkig. 

Hoe mooi is het om te zien dat een simpele jongen een eenvoudige beslissing kan nemen en met zijn reis mensen kan raken. De jongen die liep, zo gaat hij de geschiedenisboeken in. Lopend van Spijkenisse naar Barcelona. Elke meter op de voet en de jongen die liep, kwam als man aan. 

Advertisements

Dikke liefde.

Thuis heb ik verteld dat ik een aantal maanden heerlijk alleen op reis zou gaan, maar stiekem loopt hij constant met mij mee. En om jullie eerlijk te vertellen: we zitten ondertussen toch echt in een relatie.
We hebben om te beginnen een enorm hechte band. We zijn onafscheidelijk. Op momenten dat ik wel alleen ben, maak ik me zorgen en mis ik hem.

Wel hebben we een klassieke haat-liefde verhouding. Er zijn poëtisch gezegd momenten dat we een symbiose aangaan met elkaar, maar andere momenten is er wrijving in onze relatie. Dan begin ik zelfs te schelden: “Godverdomme, gisteren zat alles nog goed en moet je ons nu eens zien!” Daar komt zelfs weleens fysiek geweld bij. Dan schop ik of stomp ik hem, maar hij doet mij ook zeer. Het is zoals ze zeggen: “Liefde die geen pijn doet is geen liefde.”

Gelukkig komt alles altijd goed en ‘s avonds kruip ik lekker tegen hem aan als we in mijn tentje liggen. Hij kreeg zelfs een koosnaampje: Gruwel.
We hebben onze ups en downs, maar ik kan eerlijk zeggen dat dit de beste relatie is die ik ooit heb gehad!

Het was dan ook liefde op het eerste gezicht. Vanaf het moment dat ik je in de Bever winkel zag hangen tussen al die andere tassen wist ik: “Jij bent van mij.”

Race naar de top.

Om 9.00 begon ik dan aan de volgens de routebeschrijving 7 uur durende wandelroute naar de top van de bergen. Van Frankrijk naar Spanje.

Na het eerste halfuur in de zeikende regen gelopen te hebben kom ik mijn eerste medepelgrims tegen. Want na maanden alleen te lopen zal ik tijdens deze etappe dan eindelijk andere gekken ontmoeten. Vandaag zal ik met iemand samen kunnen lopen. Maar het blijken slakken en ik besluit ze in te halen. In mijn hoofd schreeuwt de zin: “Laatste op de top is een homo!”

Om 10.00 uur, na een uur marcheren, kom ik twee Japanse jongens tegen. Ze zijn zojuist gestopt om iets te eten. Ze zijn dan al vanaf 7.00 uur aan het lopen. Ik heb nog geen honger en ik besluit ze achter te laten. (Laatste op de top is een homo!)

Na deze ontmoeting maak ik me geen zorgen meer of ik de top kan halen in een dag of niet. Want precies om 11.00 loop ik Valcarlos binnen. Eindelijk in Spanje!
Dit is het laatste punt waar je kan slapen, vanuit hier gaat de route alsmaar omhoog de echte bergen in. Volgende stop is Roncevalles. Het eindpunt van deze route.
In een cafeetje dat ik passeer zie ik een vijftal wandelaars zitten. Ik denk er geen moment aan om daar te rusten of op te drogen, want natgeregend zijn we toch al. Dus ik zet door. Sowieso is de laatste op de top een homo!

Ik blijf pelgrims passeren en probeer met sommige van hen samen te lopen. Wanneer ik dan na een paar minuten achter me kijk, zijn ze al weer uit mijn zicht verdwenen. Door de wekenlange training heb ik nu een snelle wandelpas en heeft de zware regenval geen invloed meer op mijn humeur.

Bovendien heb ik veel te veel lol in deze etappe, al ben ik totaal doorweekt en beginnen mijn handen te bevriezen, ik zet door. Dan pas komt de echte uitdaging van deze route. De weg wordt steiler en de omgeving witter. Sneeuw. Maagdelijk sneeuw. Alles wordt wit en de route is weg. Met sneeuw tot aan de knieën maak ik een spoor. Scenes van tv programma’s als ‘I shouldn’t be alive’ flitsen voorbij. Maar ik loop door en door en door. En denk aan al die mensen die dit straks nog moeten doen, want uiteindelijk was niet de laatste maar de eerste op de top een homo.

Heilige kaas en andere mythes.

Ik sta op het punt de volgende grens over te gaan. Dat is een mooi moment om te reflecteren. Ik ben nu bijna 4,5 maand onderweg en ik heb eens even geteld hoeveel van deze 138 dagen ik daadwerkelijk aan het lopen ben geweest. Het schokkende antwoord op deze vraag: 62 dagen. Wat inhoudt dat ik onderhand al aan het einde van de wereld had kunnen zijn.

Maar dat ben ik lekker niet, want ik had veel te veel plezier in Frankrijk. Ik ben in dit land veel langer verbleven dan ik volgens mijn globale reisplanning zou doen. Weer een les geleerd: plannen is niet mijn sterkste kant.

Vrienden en familie hebben me hier bezocht en ik heb ze kunnen laten ervaren hoe ik reis, al heeft er nog niemand een paar dagen met mij meegelopen. Heel flauw jongens. Onderhand weet ik meer over het frankenland dan over mijn vaderland. Ik ging helemaal blanco dit land binnen, want ik wist vrij weinig over de Fransen. Nu weet ik wat dingen over hun leefgewoontes en taal. Zo is eten een sociale aangelegenheid. Ze zijn wat eten betreft zeer gericht op biologische producten en weten van de dingen die ze in hun mond stoppen waar het vandaan komt. Sowieso zijn ze hier erg gericht op ecologie, iets waar wij Hollanders een voorbeeld aan zouden moeten nemen.
Ik heb stukjes cultuur opgesnoven in bijna alle windstreken van het land. In het noorden vieren ze Sinterklaas, maar dat de onze op een wit paard rijdt vinden ze maar raar, hij heeft een ezel, waar hij naast loopt. Iedereen is het erover eens dat de mensen in het zuiden vriendelijker zijn al spreken ze wel met een vervelend accent. Het westen heeft de mooiste steden. En het oosten, daar hoor ik ze niet veel over.

De kaas is heilig en de politici zijn gestoord. En rond driekoningen eet ieder gezin een galette des rois. Een soort cake die in stukken word verdeeld. En een van die stukken bepaalt wie de koning is en de kroon dragen mag! Supercool. In dat stuk zit namelijk een klein poppetje verstopt. Dat werd mij verteld nadat ik de eerste happen had doorgeslikt… De manier waarop ze de tafel dekken is trouwens anders, zo staat het glas niet rechts van het bord, maar midden boven het bord. Wat voor mij onnatuurlijk blijft. Soms zijn ze gedurft hoor die Fransen.

En om mijn oud-leraar Frans gelukkig te maken, ik ben nu in staat een gesprek te voeren in het Frans en dat terwijl ik me niets herinner van al het Frans dat ik ooit op de middelbare school heb moeten leren. Daarnaast zijn ze erg vriendelijk en open en om even af te rekenen met de mythe: ze spreken wel degelijk Engels.
Ik heb duidelijk een nieuwe waardering gekregen voor dit stukje Europa. En om mijn reclame voor dit land nog wat verder aan te dikken geef ik hier een reistip: mocht je naar Frankrijk gaan, sla Parijs over! Ik heb veel mooiere Franse steden gezien, zoals Amiens, Blois, Chantilly, Orléans en Poitiers. Bordeaux zeker niet overslaan, want dat was een hoogtepunt in mijn reis door Frankrijk en om eerlijk te zijn zou ik daar zo kunnen wonen. Nooit meer naar huis!

Ik kom je halen.

Na een dag lopen door de regen kom ik aan in een spookstad. Ostabat, een klein dorpje aan de voet van de Pyreneeën. Geen mens op straat en alles is dicht. Op één barretje omringd met katten na. Ik stap (over een van de katten) naar binnen als de eigenares een zware linnen zak achter de bar sjouwt. Ze kijkt geschrokken op, wanneer ik haar begroet en haar vraag of de bar open is. “Maar natuurlijk”, zegt ze poeslief terwijl ze de gevulde zak achter een gordijn verbergt.

Ik ontdoe mij bij de deur van mijn tas en bestel een thee. Dan neem ik plaats aan een lange tafel, pak mijn mobiel uit mijn zak om mijn couchsurfhost te vertellen dat ik gearriveerd ben. Natuurlijk geen bereik.

De hostess brengt mijn thee. Ik reken met haar af daarna verdwijnt ze naar buiten om vervolgens met een stapel gedroogde takken weer terug te keren. Nadat ze weer is verdwenen achter het gordijn neem ik de ruimte eens goed in mij op. De staande klok staat stil op twee over half elf. Er hangen acht identieke oude lampen, waarvan er maar vier aan staan en het licht van de gang die naar het toilet leidt flikkert. De ruimte zelf is somber. De muren hebben geen enkel schilderij of snuisterij aan zich hangen. De kasten zijn leeg. De hoeken donker. Mijn stoel kraakt. De enige plant in de ruimte is een verdorde maretak aan het zwarte plafond.
Aan de andere kant van de ruimte zie ik een deur die op een kier staat. Erachter ligt een tl-buis verlichte ruimte. De deur is breder dan standaard deuren, vervaardigd uit mahonie, en bevat negen rechthoekige ruiten. Er beweegt een figuur achter die melkglazen en wanneer we oogcontact hebben door de kier sluit ze snel de deur. De deur piept. Uit de kamer komt een geluid. Tak… Tak…. Tak. Tak.

Zonder dat ik haar er naar binnen heb zien gaan, opent de hostess de mahonie houten deur en steekt haar hoofd de kamer in. Ze glimlacht naar me en kijkt vanuit haar hoekje of ik wel van mijn thee drink, waarvan ik nu niet meer zo zeker ben of ik dat nog wel wil. En ze verdwijnt weer zo snel als ze gekomen was. De deur weer op een kier achterlatend.
Dan begint er een machine te werken in de witte achterruimte. Door de ruiten zie ik de contouren van producten die over een lopende band gaan. Tak. Tak. Tak.
Katten rennen vanuit de ruimte de bar in. Buiten zie ik nog steeds niemand.
De machine weer. Tak. Tak…Tak. De geur van gebraden vlees.

Daarna komt de machine tot stilstand. Een schim begint wat te sleutelen aan de loopband. Een diepe zucht. Stemmen. Een overleg. Ik hoor onmiskenbaar het geluid van iemand die messen aan het slijpen is. De hostess komt de bar weer in en loopt, met haar handen op haar rug, langzaam mijn kant uit.
En dan….

een sms berichtje: ik kom je nu halen.

Een weg vol beren.

“Pas maar op dat je geen beren tegenkomt”, zei Franka nog voordat ik op reis ging. Ik lachte het weg, want hoe serieus moet je zoiets nemen. Hoe groot is nou de kans dat ik een echte beer tegenkom op mijn weg naar Spanje? Zo gevaarlijk is mijn voetreis niet. En de enige beren die ik zal zien, zijn de beren die ik eventueel zelf op de weg plaats. Tot nu toe dus niets om voor te vrezen.

Totdat ik vorige week leerde over het feit dat een aantal jaar geleden beren zijn uitgezet in de Pyreneeën. Laat mijn route me nou net door die bergen voeren.
Maar ik ben niet bang. Het mooie aan deze reis is juist dat je zoveel wildlife ziet. Zo heb ik vanaf het moment dat ik Frankrijk binnen liep, bijna dagelijks drie herten gezien. Ze zijn altijd samen en nooit meer dan drie. Dus ik begin te geloven dat het steeds dezelfde drie zijn die mij op de voet volgen.

Naast mijn entourage herten heb ik vele andere dieren gezien. Verschillende vogels zoals fazanten en spechten, knaagdieren als eekhoorns, hazen en konijnen (die me steeds aan Vosje doen denken), kevers, mooie vlinders, spinnen, hagedisjes die zich snel verstoppen zodra je aankomt.
En vele eenzame familieleden van mijn hertengevolg. Laatst stond ik opeens oog in oog met een hertje. Zij had mij niet horen aankomen en ik merkte haar te laat op, waardoor ik geen tijd had om mijn camera te pakken. We stonden op nog geen 5 meter afstand van elkaar toen we elkaar zagen. Bambi schoot daarna snel het veld in, maar na een paar sprongen draaide ze zich om. Ik salueerde naar haar en zij zwaaide terug, maar aangezien ik mijn camera dus niet bij de hand had, kon ik dat magische moment niet vastleggen. Duidelijk was dat ze totaal niet bang voor me was en ze liep langzaam verder.

Een andere dag is er een moment geweest waar de struiken naast me opeens aardig begonnen te schudden. Mijn hersenen maakte er meteen zo’n filmscene van en ik was al voorbereid op de tijger die me vanuit dit struikgewas zou bespringen. Dikke onzin natuurlijk en dat realiseer je je al snel, maar je weet dat het geen klein lief konijntje was dat wegschoot.
Zodra ik mijn volgende stappen zet, hoor ik de struiken weer en zie een hele familie wilde zwijnen vluchten. Dat deed me even verstijven, niet van angst, maar vanuit verbijstering over wat er zojuist gebeurd was.

Geweldig om zoveel dieren te zien. Binnenkort ga ik de grens over en ik vraag me dan ook af of mijn stalkerherten me daar zullen volgen en mocht ik die beren tegenkomen, dan zal ik ze vooral de groeten van Franka doen.

Work out on the go.

Voor de mensen die willen afvallen of een moeilijk punten dieet aan het volgen zijn, stop daarmee! Ik heb nu toch het perfecte workoutplan voor u ontwikkeld! Gewoon een blokje om. Wie had gedacht dat het zo simpel kon zijn.

Wanneer je te voet op reis gaat en je al je hebben en houden op je rug moet meezuilen, dan is het belangrijk om een keuze te maken in wat je in je tas stopt. Je wilt hem natuurlijk niet te zwaar hebben. Gelukkig zijn er vele reiswebsites en zij geven allen aan dat wanneer je de eerste keer gaat backpacken je te veel mee neemt. Mooie waarschuwing, en ik dacht dat gaat mij niet gebeuren. Lekker wel dus!

Ondertussen heb ik op verschillende plekken spullen achtergelaten, waardoor ik nu mobieler ben dan voorheen. Wanneer je tas 5 kilo lichter is dan voorheen zijn die 35 km opeens een stuk makkelijker.
Nu heeft een zware tas wel een voordeel, want je hebt daardoor een dagelijkse workout. Ik heb meer spierweefsel en een beter uithoudingsvermogen dan ooit te voren. Vooral mijn benen hebben het gemerkt, maarja wat wil je, elke dag is leg day.

Het is opmerkelijk om te zien hoe snel je lichaam zich aanpast. Mijn broek mag dan ondertussen van mijn billen zakken (mijn riem bleef achter in Parijs vanwege het gewicht), toch ben ik 5 kilo aangekomen. Mijn hele fysieke gestel is langzaam maar zeker veranderd. Je zou misschien denken dat ik door het gewicht van de tas nu nog meer voorovergebogen loop dan ik al deed, maar het tegendeel is waar. Rechtop met de borst vooruit is hoe ik de wegen afleg.

Al die aanpassingen gingen niet ongemerkt voorbij. Helse pijnen (let op: lichtelijk gedramatiseerd) heb ik moeten doorstaan. Eerst begon mijn rechtervoet te zeuren, daarna mijn linkervoet, gevolgd door mijn knieën. En soms een dagje met kramp door moeten zetten. Gelukkig leer je onderweg je lichaam beter kennen en kun je al snel het onderscheid maken tussen een pijntje door oververmoeidheid of een signaal van pijn dat er serieus iets aan de hand is. Verder leer je nieuwe soorten van vermoeidheid. Maar wanneer de blaren zo groot worden dat ze een nieuw lichaamsdeel op zich vormen, dan weet je dat je niet goed naar je lichaam geluisterd hebt. Om het dan goed te maken trakteer je jezelf op chocolade en taart. En aangezien je het er de volgende dag toch weer afloopt mag je best die hele taart opeten.

En een Kerst met vreemden.

Het is ondertussen al een tijdje terug, maar graag vertel ik toch nog even wat over mijn feestdagen. Hoewel moeder natuur en ik het beide niet zo voelde was opeens Kerstmis daar.

Het gezin waarbij ik verbleef nam me mee op een roadtrip 400 km verder. Waar we Kerstmis zouden gaan vieren bij de familie van Jean-Marc. Ik werd welkom geheten in een mooi groot huis, dichtbij de stad Macon.
Dit jaar geen Amerikaanse kerstmuziek of gourmetten met de familie, maar een Kerst bij Fransen en die is anders dan onze Hollandse Kerst.

Om te beginnen vieren ze hier 1 dag Kerst, wat eigenlijk logischer is dan onze 2 (voor sommige onder ons 3) dagen, aangezien Jezus maar op een dag geboren kan zijn. Want Frankrijk is voornamelijk Rooms-Katholiek, wat dus inhoudt dat ze de geboorte van Jezus vieren met Kerst. En daarbij hoort een kerstmis in de kerk.

Natuurlijk worden er ook cadeaus uitgewisseld. En dat gaat als volgt. Iedereen zet zijn schoenen onder de boom en vervolgens doe je de cadeaus in de juiste schoen. Nu is dit al op twee manieren onmogelijk, want de boom verschaft niet genoeg ruimte voor alle schoenen. En de schoenen zijn te klein voor alle cadeaus. Hoe dan ook, als gast op dit feestje had zelfs ik cadeaus in mijn schoen (toch nog een beetje Sinterklaas gevoel).

Verder heeft het bourgondische leven voor mij een heel nieuwe betekenis gekregen, want ze mogen dan een dag minder Kerst vieren, eten doen ze niet minder dan ons. Wat kunnen die Fransen veel wegstouwen. Ik kan eerlijk zeggen dat ik, ja ik, op een gegeven moment zei: “Ik zit vol!” En toen kwamen er nog drie gangen. Waarvan een gang bestaat uit kaas, wijn en brood, zoals dat hoort bij elke Franse maaltijd. Het werkt als een drie-eenheid is mij eens uitgelegd. En deze gang kan lang doorgaan, want als je geen kaas meer op je bord hebt, dan heb je nog wel wijn en brood, dus moet je wat meer kaas nemen. Maar als je geen brood meer hebt, dan is er nog wel kaas en wijn, dus neem je wat meer brood. En als er geen wijn meer is…er is altijd wijn.

Na deze enorme lunch volgde een avond met spelletjes en gesprekken. Het laatstgenoemde was voor mij vrijwel niet te volgen, tot aan de vraag of ik misschien nog wat wilde eten.

Deze Kerst was er duidelijk een om nooit te vergeten. Het begon als een Kerst met vreemden, maar aan het eind had ik er een familie bij. 




And a Christmas with strangers.

Allthough it has passed, I still would like to tell about my holidayseason. Even if Mother Nature and I weren’t feeling it, Christmas did arrive. 

The family I was staying with took me on a 400 km long roadtrip. We would celebrate Christmas at the family of Jean-Marc. I was welkomed in a beautiful big home, near the village Macon. This year I wouldn’t hear any American Christmas carols or have my own family around. I would experience a French Christmas and it is different from our traditional Dutch Christmas. 

For starters they celebrate only 1 day of Christmas, which makes more sense than our 2 (or for some people 3) days, seeing how Jesus could have only been born on 1 day. France is for the most part Catholic, which means they celebrate the birth of Christ. And so we also went to the church for the mess. 

Of course there was an exchange of gifts. Here is how that goes. Everybody puts his pair of shoes under the Christmastree and after you put the gifts in the right pair. This poses two problems, two many shoes for under the tree and no way all the gifts fit in those shoes. And even if I only was a guest at this party, even I got some gifts in my shoe! (So I still had a little Dutch Sinterklaas moment.)

Furthermore this experience gave a completely new meaning to the Burgundian life. They might celebrate a day less, they do not eat less. These French people can eat a lot. I can honestly say there was a moment where I, yes I, said: “I’m stuffed!” And there were three more courses to come. One of these courses contains cheese, bread and wine, which is a part of every French meal. Someone once told me it is as a triple-unity. This course could go on forever, because if you ate all the cheese on your plate, you will still have wine and bread, so you have to add some more cheese. But if you run out of bread, you still have cheese and wine, so you take some more bread. And if you drank your wine…well, there is always wine. After this enormous lunch we had an evening of playing games and having conversations. The latter were hard for me to follow, untill they asked the question : est-ce que tu veux manger encore? (do you want to eat something?) 

So this Christmas is one I will never forget. It started as a Christmas with strangers, but I ended up with having a second family.